HOME    NIEUWS    AGENDA    FAQ    DOWNLOADS    CONTACT   
 
   
Zoek naar:
Levensduur en houdbaarheid van rubbers
Wat zijn de levensduur en houdbaarheid van de met rubber of rubberdoek beklede drukschijven, toprollen (en rollen van het extra distributiemechanisme) en leggers?

Levensduur Houdbaarheid
Drukschijven met rubber voor conventionele en UV-inkten 2 jaar 2 jaar
Drukschijven met rubberdoek voor conventionele en UV-inkten 3-6 maanden 1 jaar
Toprollen (AE/HSIU4) en rollen voor extra distributiemechanisme 1 jaar 2 jaar
Rubber leggers 3-6 maanden 1 jaar
Papieren leggers 3-6 maanden 5 jaar

Afhankelijk van het gebruik en de oplsagcondities kunnen deze tijden varieren: intensief gebruik en slechte opslagcondities verkorten de levensduur, indien zelden gebruikt en goede opslagconities verlengen de levensduur 
Levensduur en houdbaarheid van inkten en oliën
Wat zijn de levensduur en houdbaarheid van de inkten?

Levensduur
(bij geopende verpakking)
Houdbaarheid
(bij gesloten verpakking)
IGT zwartingsinkt, offset inkt en losstofinkt
1 jaar 3 jaar
IGT diepdrukinkt 6 maanden 3 jaar
IGT Heliotest inkt 6 maanden 1 jaar
IGT pick test oliën 1 jaar 3 jaar
Huber inkten 1 jaar 3 jaar
Lorilleux inkten 6 maanden 1 jaar
Overige vloeistoffen: stop out solution, IGT drukpenetratievloeistof, IGT ruwheidsvloeistof 2 years 3 years

Opslag moet bij kamertemperatuur en in gesloten verpakkingen.
Aanbevolen onderhouds- en kalibratie-intervaltijden
Wat zijn de aanbevolen onderhouds- en kalibratietijden voor de testapparatuur?

Onderhoud Kalibratie
C1/C1-5/C1-7/G1/G1-5/AE 2 jaar geen kalibratie
A1/A2/A1-3/A2-3/Orange Proofer 2 jaar 6 – 12 maanden
AC2/AIC2/AIC2-5/ GST’s/HSIU4/F1 1 jaar 1 jaar
Opleidingen
Kan er training gegeven worden voor een juist gebruik van de apparatuur in Amsterdam ?
Ja. De tijd die voor de training nodig is, is afhankelijk van het testtoestel en accessoires. In principe is 1 dag voor een GST of AIC2-5 met HSIU4 voldoende. Indien de klant meerdere accessoires heeft worden 2 dagen geadviseerd. Voor een C1, F1, G1-5 of Orange Proofer is een halve dag standaard.
Kan IGT on-site training verzorgen?
Ja, vraag naar de mogelijkheden en prijs
Demonstraties van IGT-apparatuur
Kan een demonstratie van de apparatuur verzorgd worden?
IGT heeft volledige demonstratiefaciliteiten in Amsterdam en in Arlington Heights, Ill, USA. Bovendien bestaat er de mogelijkheid van een on-site demonstratie door IGT specialisten en tegen geringe kosten het uitproberen van een tester gedurende een korte tijd.

Ook werkt IGT samen met een aantal universiteiten en instituten die demonstraties kunnen verzorgen en onderzoek kunnen doen aan uw materialen om te laten zien hoe de IGT testers toegepast kunnen worden. 
Schoonmaken van drukschijven en toprollen
Welke schoonmaakmiddelen kan ik gebruiken?
Voor KONVENTIONELE inkten:
Wasbenzine of terpentine. Ook kunnen verschillende milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen voor rubberdoeken gebruikt worden. Deze hebben echter het  nadeel dat ze langzaam verdampen (zoals terpentine) of dat ze een vetlaagje op het rubber achterlaten. In dit geval is het aan te bevelen nog na te poetsen met wasbenzine.

Voor UV inkten:
Ethylacetaat, aceton, methylethylketone (MEK) of ethanol.  Ook het basisoplosmiddel van de inkt zelf kan gebruikt worden. Al deze schoonmaakmiddelen hebben het nadeel dat ze sterk ruiken en snel verdampen waardoor gemakkelijk een slechte atmosfeer in het laboratorium kan ontstaan.
Kan ik het rubberdoek van een drukschijf zelf vervangen?
Ja, dat kan worden gedaan, maar er zijn enkele voorwaarden:
  • De zijkanten en de naad van het rubberdoek zijn afgelakt zodat geen schoonmaakmiddelen onder het rubberdoek kunnen dringen waardoor deze van de schijf zou kunnen loslaten.
  • Als u zelf het rubberdoek vervangt, dan zullen de zijkanten en de naad niet worden afgelakt, zodat het oplosmiddel onder het doek kan dringen en de lijm kan aantasten waardoor het doek van de schijf kan komen.
  • Het rubberdoek is zelfklevend. Wanneer u een zeer sterke lijm, zoals bijvoorbeeld een twee-componentenlijm, zou gebruiken dan kunt u problemen hebben met het reinigen van de kern voor de toekomstige vervanging van het doek.
Kan ik mijn met rubber beklede drukschijven en toprollen terugzenden om opnieuw bekleed te worden?
In zijn algemeenheid zijn de kosten van het terugzenden van de schijf of toprol, het verwijderen en opnieuw aanbrengen van het rubber veel hoger dan het vervaardigen van nieuwe. De materiaalkosten van een schijf zijn niet zo hoog, maar het aanbrengen van de coating, het testen en de hoeveelheid afkeur zijn enorm hoog. 
Kan ik mijn drukschijven en toprollen laten bekleden door een een andere leverancier?
Ja, dat is mogelijk,.
Er zijn echter veel verschillende rubbers waarmee gedrukt kan worden, maar die verschillende eigenschappen hebben tijdens het drukken. Dit hoeft in de drukpers geen probleem te vormen omdat deze rubbers voor het echte drukken indraaien met de inkt en hierbij inkt en componenten hiervan absorberen en in evenwicht komen met de inkt. Tijdens het drukken verandert de inkt dan niet meer in samenstelling. Bij de IGT-apparatuur wordt de inkt aangebracht op en verdeeld over de rollen en de drukschijf. Bij het drukken moet de afdrukkwaliteit direct goed zijn. Dit betekent dat er strenge eisen gesteld worden aan de kwaliteit van de rubbers.
 
De drukschijven en rollen worden in  vergelijking tot een drukpers dikwijls schoongemaakt en de rollen moeten hiertegen weerstand bieden. Omdat de drukresultaten dikwijls vergeleken worden met andere resultaten, een database of met voorgaande testen of batches en dikwijls met andere vestigingen, moeten de rollen en drukschijven over een lange tijd stabiel zijn en de rollen en drukschijven moeten over de gehele wereld dezelfde resultaten geven. Dit kan alleen gegarandeerd worden in een productieporces en kwaliteitscontrole zoals afgesproken tussen IGT en zijn toeleveranciers.
Ik kan originele IGT drukschijven en toprollen veel goedkoper van een lokale leverancier krijgen dan van IGT.
NEE, DIT KUNT U NIET. Het is onder onze aandacht gebracht dat er in verschillende landen bedrijven zijn die IGT reserveonderdelen, drukschijven, toprollen, accessoires en zelfs complete copy-cats van IGT-toestellen maken. IGT levert haar apparatuur uitsluitend rechtstreeks aan haar klanten of via door haar gemachtigde agenten die u kunt vinden op deze site.

Het gebruik van deze niet-originele, gekopieerde IGT-onderdelen wordt door IGT zeer ontmoedigd; de onderdelen die wij tot nu toe hebben ontvangen thebben totaal niet de kwaliteit die u mag verwachten van IGT. Afdrukken zijn niet herhaalbaar of reproduceerbaar, maar het belangrijkste van de verschillende imitatie-delen is, dat ze gevaarlijk zijn in het gebruik of schade kunnen toebrengen aan de tester. In het bijzonder geldt dit voor de accessoires en reserve-onderdelen. Wij maken u er op attent dat schade, die door het gebruik van de imitatie-delen ontstaat, niet valt onder de garantie en dat het gebruik van sommige van deze onderdelen kan leiden tot veel meer schade dan alleen het aangetaste deel.
Flexotesters F1
Wat zijn de afmetingen van de monsters om te bedrukken?
55 x 735 mm, in het geval dat het monster niet lang genoeg is, kunnen twee stukken achter elkaar geplakt worden en zorg ervoor dat het laatste deel van de afdruk op het juiste deel van het monster wordt afgedrukt.
 
 
Wanneer gebruik ik de mogelijkheid om de drukvorm meerdere keren in te inkten (multirotatie mode)?
Het systeem kan alleen worden gebruikt voor watergedragen en UV-drogende inkten.
WATERINKTEN
Als deze inktEN op gecoat papier worden gedrukt, dan kunnen er problemen in de afdrukkwaliteit ontstaan in het geval van dikke lagen inkt. In dat geval wordt het aangeraden om een rasterschijf te gebruiken met een klein volume en de multirotatie modus te gebruien, meestal 3 tot 5 omwentelingen van de fotopolymeer. De aanbevolen raterschijf 402.418 of 402.419. Bij niet gecoate papier kunnen rasterwalsen met een grotere volume gebruikt worden.
 
UV DROGENDE INKT
Met deze inkten kan gebruik gemaakt worden van de multirotatie mode in combinatie met 
rasterschijven met een laag volume zoals bijvoorbeeld 402.418 of 402.419 of gebruik geen extra rotatie met een rasterschijf met een laag of hoog volume voor gecoat en niet gecoat papier.
 
OPLOSMIDDELINKTEN
Met deze inkt en kan de multirotatie mode niet gebruikt worden omdat deze inkten zeer snel drogen in de cellen van het raster. Voor gecoat en niet gecoat papier kunnen rasterschijven met een laag of hoog volume gebruikt worden zonder extra rotatie van de drukvorm.
Wat is de testprocedure om een afdruk te maken zonder extra omwentelingen van de drukvorm (multi rotatie mode)?
De normale procedure om een afdruk met de F1 te maken is als volgt:
  • Breng enige druppels inkt in de nip tussen het rakel en de aniloxschijf. De drukvormcilinder maakt één omwenteling, terwijl de aniloxschijf twee omwentelingen maakt.. Dit betekent dat de inkt tijdens de beide omwentelingen van de aniloxschijf wordt overgedragen op het fotopolyhmeer. In de tweede omwenteling worden de cellen beter gevuld dan in de eerste omwenteling. Dus: hetwordt één keer ingeïnkt, maar in twee delen met verschillende inktlaagdikte achter elkaar.
  • De inkt wordt van het fotopolymeer overgedragen op het substraat, waarbij we twee afdrukken achter elkaar krijgen waarbij in het algemeen de eerste afdruk een lagere densiteit heeft dan de tweede afdruk.
Wat is de testprocedure om een afdruk te maken met extra omwentelingen van de drukvorm (multi rotatie mode)?
De procedure om een afdruk te maken met extra omwentelingen van de drukvorm (multi rotatie mode) is als volgt::
  • Breng een weinig inkt aan in de nip tussen rakel en aniloxschijf
  • De drukvormcilinder maakt meerdere omwentelingen (in te stellen tussen 1 en 20; geadviseerd tussen 3 en 5 omw.) waarbij de aniloxschijf het dubbele aantal omwentelingen maakt. Dit betekent dat de inkt bij iedere omwenteling van de fotopolymeer wordt overgedragen van de aniloxschijff naar de fotopolymeer, zodat deze meerdere malen wordt geïnkt.
  • De inkt van de fotopolymeer wordt overgedragen op het substraat. We krijgen twee afdrukken na elkaar en afhankelijk van de combinatie van inkt en substraat kan de eerste afdruk een iets lagere densiteit hebben dan de tweede afdruk. Soms is dit verschil te zien en soms ook niet.
Hoe kan ik mottle testen?
Om mottle te testen moeten afdrukken gemaakt worden op het substraat bij verschillende testcondities zoals anilox- en drukkracht, snelheid, aniloxschijf, aantal omwentelingen voor watergedragen inkten, verschillende viscositeiten, enz. Om te beginnen wordet het aangeraden om proeven te maken op papier waarvan de klant weet dat er een probleem is met mottle. In dit geval dient ook de inkt uit de praktijk gebruikt te worden.
Is het mogelijk een keramische aniloxschijf te produceren naar de wens van de klant?
Ja, dat is mogelijk. De prijs is afhankelijke van het ontwerp, de levetijd bedraagt 3 - 5 maanden en het exacte volume is pas te bepalen na de productie.
Is er een verschil in de inktoverdracht tussen een verchroomde, in koper gegraveerde aniloxschijf en een keramische schijf?
Ja, er is een verschil. In het algemeen kan gesteld worden dat een verchroomde, in koper gegraveerde aniloxschijf meer inkt overdraagt dan een keramische schijf bij gelijk volume.
Wat zijn de schoonmaakmiddelen voor de aniloxschijven, rakel en fotopolymeer?
WATER INKTEN
Direct nadat de afdruk gemaakt is, neem de aniloxschijf van het toestel af en maak hem schoon met water of dompel hem onder in water en maak hem later schoon met een pluisvrije, met water bevochtigde doek en daarna met een lapje fluweel met water.  Maak de schijf nogmaals schoon met een pluisvrije doek en/of fluweel met ethanol.
Maak het rakel schoon met een pluisvrije doek met water en/of ethanol.
Maak het fotopolymeer schoon met een pluisvrije doek met ethanol.
Laat alle delen drogen voordat ze weer gebruikt worden en verwijder eventuele vezels van de fotopolymeer met tape.

OPLOSMIDDELEN INKTEN
Direct nadat de afdruk gemaakt is, maak de aniloxschijf schoon met een pluisvrije doek met het oplosmiddel voor de betreffende inkt en daarna met een lapje fluweel, eveneens met het oplosmiddel voor de betreffende inkt. Dikwijls kan ethanol gebruikt worden.
Maak het rakel schoon met een pluisvrije doek met het oplosmiddel van de betreffende inkt. of ethanol.
Maak het fotopolymeer schoon met een pluisvrije doek met ethanol. Voor het reinigen van het fotopolymeer kan maximaal 15 % ethyl acetaat aan de ethanol worden toegevoegd.

UV DROGENDE INKTEN
Nadat de afdruk gemaakt is, maak de aniloxschijf schoon met een pluisvrije doek met het schoonmaakmiddel voor de betreffende inkt en daarna met een lapje fluweel met het schoonmaakmiddel voor de betreffende inkt. Dikwijls kan ethanol worden gebruikt.
Maak het rakel schoon met een pluisvrije doek met het schoonmaakmiddel voor de betreffende inkt of ethanol.
Maak het fotopolymeer schoon met een pluisvrije doek met ethanol. Voor het fotopolymeer mag maximaal 15 % ethyl acetaat aan de ethanol worden toegevoegd.
Wat zijn de beste testcondities voor oplosmiddeleninkten op plastic substraten?
Het wordt aanbevolen om met de volgende testcondities te beginnen:

Drukvorm: fotopolymeer voor golfkarton (6.25 mm dik)
Aniloxkracht: 30 N (Omdat de oppervlakte van het substraat zeer glad is wordt aanbevolen een erg lage anilox- en drukkracht te gebruiken)
Drukkracht: 45 N
Druksnelheid: 0.3 m/s
Aantal extra omwentelingen van drukvormcilinder: 0  (voor oplosmiddeleninkten moet het aantal omwentelingen 0 zijn vanwege het snel aandrogen van de inkt)
Aniloxschijf: 402.225

De resultaten moeten vergeleken worden met de resultaten uit de praktijk. Afhankelijk van deze vergelijking moeten de testcondities bijgesteld worden.
Wat zijn de beste testcondities voor waterinkten op gladde papieren?
Het wordt aanbevolen om met de volgende testcondities te beginnen:

Aniloxkracht: 40 N
Drukkracht: 60 N
Druksnelheid: 0.5 m/s
Aantal extra omwentelingen van drukvormcilinder: 4 x
Aniloxschijf: geen standaard advies, maar het wordt aanbevolen om een aniloxschijf met een erg laag volume te gebruiken zoals bijvoorbeeld 402.418 or 402.419 (2.7 cm3/m2).
 
De resultaten moeten vergeleken worden met de resultaten uit de praktijk. Afhankelijk van deze vergelijking moeten de testcondities bijgesteld worden.
Wat zijn de beste testcondities voor waterinkten op ruwe papieren?
Het wordt aanbevolen om met de volgende testcondities te beginnen:

Aniloxkracht: 200 N
Drukkracht: 300 N
Druksnelehid: 0.4 m/s
Aantal extra omwentelingen van drukvormcilinder: 0
Aniloxschijf: geen standaard advies, maar het wordt aanbevolen om een aniloxschijf met een redelijk hoog volume te gebruiken zoals bijvoorbeeld 402.411 (12 cm3/m2).
 
De resultaten moeten vergeleken worden met de resultaten uit de praktijk. Afhankelijk van deze vergelijking moeten de testcondities bijgesteld worden.
Is er een relatie tussen de rasterlineatuur van de aniloxwals op de drukpers en die van de aniloxschijf van de F1?
Er zijn zo veel verschillen tussen een drukpers en de F1 dat het niet mogelijk is een algemene regel op te stellen.
We moeten ons realizeren dat er ook tussen de drukpersen onderling al zo veel verschillen bestaan (en daarmee ook ten opzicht van de F1), zoals bijvoorbeeld: diameters van de cilinders, type fotopolymeer, aniloxkracht, drukkracht, druksnelheid, slijtage van de aniloxcilinders, rasterlineaturen met volumina en celtypes, soorten inkt, viscositeiten, substraten enz. 
Moet de F1 gekalibreerd worden?
Ja. De kalibratie kan gedaan worden door IGT of een kalibratiecheck kan door de klant zelf gedaan worden in het kalibratiemenu van de F1 in combinatie met het gebruik van een PFM en een RPM-meter. Breng de correcties via het display in in de datavelden; er zijn geen mechanische aanpassingen nodig.   
Wat is de interne kalibratie?
De interne kalibratie voor de snelheid is geen kalibratie zoals gedefinieerd in ISO, maar het is een kalibratie tegen de interne standaard van de tester dat een zeer nauwkeurige klok of klokfrequentie is.
Diepdruktesters G1 and G1-5
Wat is er nodig om een G1 in een G1-5 te veranderen en kunnen we dat zelf doen?
De volgende artikelen zijn nodig:
433.250.000 rakelhouder
433.257 rakel, set van 5 stuks     
404.001.016 substraatdrager 60 x 745 mm, standaard voor alle G1's waarvan het artikelnummer met 430 begint.
433.084 tegendrukcilinder                      
433.031 substraatgeleider                             
De klant kan deze artikelen zelf op zijn G1 vervangen, mits zijn G1 na mei 2001 geleverd is. Oudere versies moeten mechanisch gemodificeerd worden.
Is het mogelijk een keramische rasterschijf met een patroon van lijnen te produceren ?
Ja, de prijs voor zo'n keramische schijf is afhankelijk van het patroon. De levertijd is 3 – 4 maanden. Het uiteindelijke volume kan echter pas na produceren worden vastgesteld.
Is het mogelijk een verchroomde schijf zonder patroon te produceren?
Ja, de leverijd is op aanvraag. De schijf kan later echter niet gegraveerd worden.
Moet de G1/G1-5 gekalibreerd worden?
Alleen de snelheid dient eens per jaar gekalibreerd te worden. De drukkracht is gefixeerd en kan alleen afwijken in geval van defect.
 
Kan IGT rasterschijven volgens de wens van de klant produceren?
Ja, in principe is dat mogelijk. Afhankelijk van het ontwerp zijn er grenzen aan de nauwkeurigheid van het bereikte volume. Het uiteindelijke volume kan echter na het produceren worden vastgesteld. De levertijd ligt tussen 3 en 6 maanden.
Offsettesters C1, C1-5, C1-7, Cx3 or Cx4
Moet de drukschijfas in alle richtingen kunnen bewegen?
De drukschijfas moet kunnen wiebelen; daardoor positioneert de drukschijf zichzelf op de juiste wijze.
Wat is de aanbevolen drukkracht voor een met rubberdoek beklede drukschijf?
De drukkracht voor een met rubberdoek beklede drukschijf mag een waarde van 8N/mm breedte niet overschrijden. Dus voor de standaard schijf voor een C1 is de maximale drukkracht 300 N, voor een C1-5 400 N en voor een C1-7 550 N. Een te hoge drukkracht kan het rubberdoek beschadigen en een slechte afdrukkwaliteit zal het gevolg zijn. In de praktijk worden echter dikwijls toch de hogere drukkachten gebruikt die ook voor de gecoate, met rubber beklede drukschijven worden gebruikt: 450 N voor de C1, 600 N voor de C1-5 en 750 N voor de C1-7.
Wanneer gebruik ik een drukschijf met rubberdoek?
Voor ruwere papiersoorten; de gebruiker kan het rubberdoek zelf vervangen.
Moet de C1 gekalibreerd worden?
Neen, er is geen kalibratie nodig. De drukkracht is gefixeerd en kan alleen afwijken als het systeem defect is. 
Wat is de inktlaagdikte op het substraat (niet op de drukschijf)?
De tabellen in de gebruiksaanwijzing van de C1 geven de theoretische inktlaagdikte aan de oppervlakte van de drukschijf. De hoeveelheid inkt die op het papier wordt overgedragen is afhankelijk van het type papier en het type inkt. Om zeer nauwkeurig te weten hoeveel inkt wordt overgedragen dient de volgende procedure uitgevoerd te worden:
  • Breng een bepaalde hoeveelheid inkt aan op het ininktgedeelte
  • Distribueer de inkt
  • Ink de drukschijf in
  • Weeg de ingeïnkte drukschijf op een laboratoriumbalans met een nauwkeurigheid van 0,1 mg of beter ( = G1 g)
  • Maak de afdruk
  • Weeg de drukschijf weer op de laboratoriumbalans ( = G2 g)
  • Meet de lengte (l cm) en de breedte (w cm) in cm van de afdruk
  • Bereken de inktoverdracht in g/m2 met de formule:
                   10000 * (G1-G2)
                    ----------------------
                               l * w
Offsettester Orange Proofer
Moet de Orange Proofer gekalibreerd worden?
De snelheid is gefixeerd en kan niet veranderen. De drukkracht moet eens per jaar gekalibreerd worden.
Hoe kan her rubberdoek van de drukschijf 402.120 loskomen?
Dit kan mogelijk veroorzaakt worden door een te hoge drukkracht, maar ook door een te ruw schoonmaken.
Het rubberdoek op de schijf 402.120 is gelijmd op de aluminium kern en daarbij zijn de zijkanten en de naad niet gesealed. Dit betekent dat het schoonmaakmiddel onder het rubberddoek kan dringen en daar de lijm aantast en het rubberdoek los kan komen of gaat zwellen.
Global Standard Testers general
Waarom is de oude snelheidstabel van de AIC2-5 vervangen door een nieuwe tabel zoals die heden geleverd wordt? De resultaten zijn niet exact aan elkaar gelijk.
De heel oude snelheidsschaal (1964-1967) met  de beweegbare wijzer is in het verleden vervangen omdat meer nauwkeuriger methoden beschikbaar kwamen die afwijkingen in de snelheidsschaal aantoonden. 

 
De huidige snelheidsschaal (2000) geeft wederom kleine verschillen aan bij vergelijking tot de oude snelheidsschaal van de AIC2-5. Met de ontwikkeling van de GST werden snelheidsmetingen verricht met weer nauwkeuriger methoden dan in het verleden. Deze nieuwe waarden werden toegepast in de nieuwe snelheidstabel voor de GST. Deze nieuwe tabel kan ook gebruikt worden voor de AIC2-5. Het snelheidsprofiel zelf is gedurende deze jaren niet veranderd. Metingen werden uitgevoerd aan apparatuur tot 32 jaar oud!
Dit beteknt dat er kleine verschillen bestaan bij het aflezen op de nieuwe snelheidstabel in vergelijking tot de oude snelheidstabel, terwijl de plukafstand gelijk is. Om problemen te voorkomen dienen de resultaten alleen vergeleken te worden na aflezen op dezelfde tabel. Beide tabellen kunnen met alle toestellen gebruikt worden.
Kan de compressor veranderd worden van 220 V in 110 V?
Neen, het voltage kan niet veranderd worden. Bij het plaatsen van de order dient het voltage opgegeven te worden.
Moet de GST gekalibreerd worden?
Ja. Kalibratie dient door IGT uitgevoerd te worden. De klant kan een kalibratiecheck uitvoeren met behulp van het service menu in de tester in combinatie met het  gebruik van een PFM en PSM. De korrekties dienen in de datavelden in het display ingevoerd te worden. Er zijn geen mechanische aanpassingen nodig.
 
Wat is de druk van de compressor?
De compressor moet en druk geven van 8 bar, de druk op de GST moet > 7 bar zijn.
De drukkracht of druksnelheid kunnen niet veranderd worden. Hoe kan dit opgelost worden?
Voor veel testen zijn de drukkracht en druksnelheid gefixeerd op standaard instellingen. Om dit toch mogelijk te maken ga naar het menu "OPTIES", verander "FIXED MENUS" van "AAN" in "UIT". Ga terug naar het werkmenu en pas de instellingen aan zoals die gewenst zijn.
Moet een sector met klemmen gebruikt worden?
De sector met klemmen is noodzakelijk voor diepdruk omdat hier een rubber legger gebruik wordt; ook zijn er andere testen die het gebruik van leggers noodzakelijk maken zoals vochtpluk/vochtkets, IGT pluk, intaglio enz. De legger kan alleen gemonteerd worden op een sector met klemmen.
Welke testen kunnen uitgevoerd worden met de GST2?
Met enkele extra drukschijven kunnen de
volgende testen worden uitgevoerd:
Nat-in-nat
Kleur / densiteit (conventioneel + intaglio inkten)
Doorslag
Drukgladheid
Print Mottle
Back Trap Mottle
Wegslag 2 velden
Wegslag 4 velden
Wegslag 10 velden
Voor de volgende testen zijn extra accessoires nodig:
Vochtpluk/vochtkets
Intaglio bij hoge temepratuur
Losstoftest
Waterinterferentiemottle
Heliotest
Flexo
Diepdruk

Hoe wordt de intagliotest uitgevoerd met de GST2, GST3 en GST3H?
Er zijn twee methoden die voor intaglio kunnen worden uitgevoerd met de GST2/GST3/GST3H:
  • Inkt een drukschijf in op de HSIU4 bij een temperatuur van 40 graden C en maak een normale afdruk met de GST2. Dit vormt in het geheel geen probleem. Er zijn geen speciale instellingen nodig; de test kan uitgevoerd worden met de standaard instellingen voor kleur en densiteit. 
  • Er is een ander type test dat een speciaal accessoire vraagt. Deze test laat het effect zien van erg dikke, maar smalle lijnen van 30, 60 of 120 micron dikte en 3 mm breed. Deze test wordt uitgevoerd bij 80 graden C waarvoor de speciale drukschijf in een oven wordt geplaatst tot deze de juiste temperatuur heeft; daarna wordt de schijf uit de oven gehaald en ingeïnkt met het Westvaco accessoire en vervolgens wordt de schijf op de GST geplaatst en wordt een afdruk gemaakt. 
AIC2-5
Kunnen de resultaten van de pluktest van de AIC2-5 vergeleken worden met die van de A1-versies?
Neen, het is onmogelijk de resultaten van de AIC2-5 met die van de A1-versies te vergelijken. De snelheidscurven van beide instrumenten zijn niet aan elkaar gelijk. Dit betekent dat de snelheid op een bepaald punt van de teststrook van de AIC2-5 is niet gelijk aan die op hetzelfde punt van de strip van de A1-versie. Hoewel de juiste snelheidstabel van het betreffende instrument gebuikt wordt heeft dit verschil een invloed op het plukresultaat.
De snelheidscurve (de curve is een grafiek met de snelheid vs de afstand) van de AIC2-5 is een rechte lijn en die van de A1-versie is een parabool.
 
Om een correlatie tussen beide instrumenten te maken moeten vergelijkende tests op beide instrumenten worden uitgevoerd. Deze correlatie moet voor ieder soort papier worden uitgevoerd.
Wat zijn de instellingen van het voltage?
Van fabriekswege is het toestel ingesteld op 380V/50Hz, 3 fasen, aarde, toestel kan ook bij 60Hz gebuikt worden, gebruik niet de 0 (neutral). De gebruiker kan het voltage veranderen in 415/440 or 440V.

Het nieuwe type AIC2-5,  series AA, danwel de AIC2-5T2000 wordt geleverd in 110/220 V, enkel fase!
Hoe kan het voltage veranderd worden?
Dit mag alleen gedaan worden door een geautoriseerde elektricien!
  • Trek de stekker uit het stopcontact!!!!
  • Plaats het toestel op zijn rug.
  • Verwijder de bodemplaat (4 schroeven)
  • De transformator bveindt zich aan de linker kant.
  • Er is een groen-witte draad aangesloten op positie 2 van het connector blok van de transformator (380V), verwijder deze draad van punt 2 en plaats het op punt 3 voor 415V, op punt 4 voor 440V en op punt 5 voor 480V
  • Bevestig de bodemplaat en plaats het toestel weer rechtop.
PS: Verander de informatie op het voltageplaatje aan de liner zijde van het toestel, zekeringen blijven het zelfde. Op de nieuwe versie wordt het voltage via de voltageselektor naast de hoofdschakelaar ingesteld.
Het lampje van de startpositie licht op in de verkeerde positie van de sector.
De startpositie van de sector staat 180 graden verkeerd.
  • Draai de sector in de positie waar het lampje brandt; dit is de officiële, interne startpositie. De sector staat in de verkeerde positie voor drukken, de voorste leggerklem staat in de richting van het rode lampje.
  • Beweeg de schuifspie in het midden van de sector naar het midden van de mogelijke schuifbeweging tussen de constante en toenemende snelheid, zodat de sector vrij kan draaien. De sector is nu los van de hoofdas.
  • Druk de schuifspie nu in de richting van de toenemende snelheid en houdt deze naar toenemende snelheid gedrukt. Beweeg de sector naar de beginstand. Op een zeker moment kan de schuifspie nog een stukje verder richting toenemende snelheid gedrukt worden en daarbij wordt de sector op de hoofdas vergrendeld. De sector staat nu weer in de juiste positie
  • Indien de snelheidsmode op constant is gewenst, dan kan de schuifspie verschoven worden in de richting van de constante snelheid en daarbij mag de secor slechts enkele graden verdraaid worden.
Hoe kunnen de rem en koppeling afgesteld worden?
Afhankelijk van het serienummer van de dtester zijn verschillende types remmen en koppelingen toegepast.
Neemt u contact op met IGT Testing Systems om na te gaan hoe de rem en koppeling in uw toestel afgesteld kunnen worden.
Moet de AIC2-5 gekalibreerd worden?
Ja, de drukkracht en snelheid moeten 1x per jaar gekalibreerd worden. De kalibratie kan door IGT of de klant zelf uitgevoerd worden. Daartoe moeten een PFM voor de drukkracht en een PSM voor de snelheid gebruikt worden. Beide kunnen mechanisch aangepast worden.
AIC2-5T2000
Wat zijn de verschillen tussen de oude en nieuwe versie?
De voor de gebruiker belangrijke verschillen zijn:
  • 110/220V enkel fase stroomvoorziening nodig.
  • drukschijfassen veranderd naar het type  van de Global Standard Tester, dus de oude drukschijven passen niet meer op de nieuwe toestellen. De nieuwe schijven kunnen wel met het oude toestel gebruikt worden met behulp van speciale adapters.
  • snelheidsinstelling is nu computergestuurd, niet meer nodig over te schakelen tussen lage en hoge snelheid.
  • geen vergissingen meer mogelijk in combinaties tussen tijdinterval en snelheidstype (constante of toenemend)
Wat is het voltage?
De nieuwe versie AIC2-5T2000, gebouwd vanaf juli 2002, serie AA, is uitgerust voor 115/230 V, enkel fase stroomvoorziening!
Hoe kan het voltage veranderd worden?
Het voltage kan veranderd worden met de voltageselector naast de netentree.
Waarom is de diameter van de assen voor de drukschijven veranderd?
Er zijn twee redenen waarom de diameter veranderd is:  vermindering van het gewicht van de drukschijven. Hierdoor kunnen alle drukschijven die gebruikt worden voor het maken van een kleurafdruk, gewogen worden op een laboratoriumbalans; het gewicht van al deze schijven is nu < 200 g, terwijl veel van deze schijven nu ook < 160 g zijn. De andere reden is dat er nu een betere uitlijning van de drukschijf t.o.v. de sector is. 
Hoe kan ik de nieuwe drukschijven op de oude AIC2-5 gebruiken?
Gebruik de aluminium adapter 466.052.001 met de AIC2-5 en de High Speed Inking Unit 4; gebruik de stalen adapter 466.052.002 op het ininkttoestel AE (deze adapters zijn zwaarder om het kleinere gewicht van de drukschijven te elimineren).
Ininkttoestel AE
Kunnen de oscillerende hoofdas en trommels vervangen worden?
Om beschadigingen van de trommels te voorkomen en om een goede rondloopnauwkeurigheid te kunnen garanderen door een juiste positionering van de oscillator en de trommels wordt het sterk aanbevolen dit werk door IGT uit te laten voeren.
Wat is the voltage van het ininkttoestel?
Van fabriekswege uit is het voltage op 230V of 115V 50/60Hz 1 fase ingesteld. Om het voltage te veranderen moet de bedrading veranderd worden. Dit mag uitsluitend door een geautoriseerde elektricien gedaan worden.
High Speed Inking Unit 4
Is het noodzakelijk om een waterbad te gebruiken?
Ja. Omdat de ininktsnelheid van de HSIU4 hoog is en de cilinders een kleine diameter hebben worden tijdens het ininkten veel inksplitsingen gemaakt en daardoor stijgt de temperatuur. Met een waterbad wordt de temperatuurstijging voorkomen.
Wat zijn de minimale eisen voor een waterbad?
Diameter van slangaansluitingen: 8 mm
Pompkapaciteit: min 3 l/min
Temperatuurinstelling: 0.1˚C, nauwkeurigheid ± 0.1˚C
Volume: min 3 l
Oppomphoogte: 3 m (= 0.3 bar)

Koelcapaciteit (advies):
25 to 20˚ C -> 200 Watt
25 to 15˚ C -> 175 Watt

Temperatuurrange: 15 tot + 45˚ C

IGT heeft goede ervaringen met:
  • Haake DC10-K10 In Nederland wordt deze geleverd door: Wilten & Partners, Hekven 1, 4824 AD Breda, tel. +31 (0) 76 541 0410  fax +31 (0) 76 541 4867    Fabrikant: Gebr. Haake, Dieselstrasse 4, D-76227 Karlsruhe, Duisland, tel +49 (0) 721 4094-0  fax +49 (0)721 4094 300  e-mail: info@haake.de ,internet: www.haake.de                                                                                                       
  • Tamson TLC-3 In Nederland wordt deze geleverd door: Fisher Scientific, Postbus 3095,  5203 DB  ‘s Hertogenbosch, tel. +31 (0)73 690 3690, fax +31 (0)73 690 3695
  • Lauda In Nederland wordt deze geleverd door: Beun de Ronde, Bovenkamp 9, 1391 LA Abcoude, tel. +31 (0)294 283 119, fax +31 (0)294 284 557
Wat is het verschil tussen een waterbad met en zonder interne koeling?
IGT biedt twee soorten waterbad aan:

A het waterbad met interne koeling; dit bad heeft een koeler in de behuizing zelf.
B het waterbad zonder de koeler, maar met een warmtewisselaar

Type A functioneert geheel onafhankelijk, er hoeft alleen de juiste hoeveelheid water (ongeveer 3 liter) in het reservoir gedaan te worden en het systeem wordt op de juiste temperatuur gehouden, onafhankelijk van de luchttemperatuur er om heen en de toegevoerde warmte van het ininkttoestel.

Type B heeft intern alleen een opwarmsysteem. De koeling wordt gedaan door middel van een afzonderlijke koudwaterstroom van een externe bron. Dit kan kraanwater zijn als het koud genoeg is. Op sommige plaatsen heeft het een temperatuur van ongeveer 10 graden en dat is voldoende koud om het waterbad te koelen voor gebruik met de HSIU4. Een kraanwatertemperatuur tot zo'n 15 graden is goed om de gewenste werktemperatuur van 23 graden te handhaven. Hogere kraanwatertemperaturen kunnen de oorzaak zijn dat de minimum temperatuur van de HSIU4 niet bereikt wordt. Het minimale verschil tussen de gewenste temperatuur van de HSIU4 en het koelwater is ongeveer 5 graden. Bij dit kleine temperatuurverschil is een flinke stroom van kraanwater nodig om het waterbad voldoende te koelen. Is het verschil groter, dan is een kleinere stroom van kraanwater nodig.
Wat zijn de schoonmaakmiddelen voor de cilinders van rubber en metaal?
VOOR CONVENTIONELE INKTEN VOOR OFFSET EN BOEKDRUK
Gebruik alleen pluisvrije doeken die bevochtigd zijn met wasbenzine (kookpunt 120 – 150 ˚C) of terpentine. In het algemeen kunnen ook de milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen gebruikt worden, die voor het reinigen van rubberdoeken in de drukpers toegepast worden. 
Gebruik NOOIT de schoonmaakmiddelen voor UV-inkten voor deze cilinders.

VOOR UV DROGENDE INKTEN
Gebruik alleen pluisvrije doeken die bevochtigd zijn met ethanol, ethyl acetaat, aceton of MEK.
Gebruik NOOIT de schoonmaakmiddelen voor conventionele inkten voor deze cilinders.
Hoe vaak kan inkt toegevoegd worden aan het ingeïnkte systeem?
Het wordt aanbevolen slechts 1x inkt toe te voegen bij zowel het systeem voor weinig proeven als bij het systeem voor veel proeven (het zgn links-rechts-systeem). Na de proeven te hebben uitgevoerd wordt geadviseerd het systeem schoon te maken en opnieuw te beginnen.
Vanwege de kleine hoeveelheid inkt en de afleesfouten bij het meerdere keren toevoegen van inkt wordt de onnauwkeurigheid groter en dit zal leiden tot slechte testresultaten.
Moet de HSIU4 gekalibreerd worden?
De snelheid en de temperatuursensor moeten 1x per jaar gekalibreerd worden.
Er zijn 3 keuzemogelijkheden voor de mode-instellingen van het ininkttoestel: 1, 2 en 3. Wat is het doel hiervan?
Met de verschillende modes kan een inkt op verschillende wijzen worden gedistribueerd, afhankelijk van de inktsoort (viscositeit, tack, droogtijd, misting....) en inktlaagdikte.
In iedere mode kunnen ook de ininkttijden van de drukschijven worden ingesteld.

Mode 1:
Als het toestel gestart wordt nadat de inkt is aangebracht, dan hebben de cilinders direct de ingestelde  distributiesnelheid.
De variabelen om in te stellen zijn: distributiesnelheid en distributietijd.
Deze mode wordt gebruikt om gedurende een heel korte tijd bij een hoge snelheid de inkt te distribueren en de drukschijven in te inkten.
Deze mode kan worden gebruikt voor snel drogende inkten zonder een sterke misting en in een "normale" inktlaagdikte.

Mode 2:
Als het toestel gestart wordt nadat de inkt is aangebracht, dan starten de cilinders met langzaam draaien, de draaisnelheid neemt toe gedurende de ingestelde tijd totdat de ingestelde distributiesnelheid bereikt is.
De variabelen om in te stellen zijn: opstarttijd, distributiesnelheid en distributietijd.
Deze mode wordt gebruikt om gedurende een heel korte tijd bij een hoge snelheid de inkt te distribueren en de drukschijven in te inkten.
Deze mode kan worden gebruikt voor snel drogende inkten zonder een sterke misting en in een "grote" inktlaagdikte.

Mode 3:
Als het toestel gestart wordt nadat de inkt is aangebracht, dan starten de cilinders met langzaam draaien, de draaisnelheid neemt toe totdat de 1e ingestelde distributiesnelheid bereikt is, de cilinders draaien gedurende een ingestelde tijd in deze 1e distributietijd, waarna de cilinders gedurende een 2e distributietijd met een 2e distributiesnelheid draaien.
De variabelen om in te stellen zijn: opstarttijd, 1e distributiesnelheid en 1e distributietijd, 2e distributiesnelheid en 2e distributietijd.
Deze mode wordt gebruikt om gedurende een lange tijd bij een lage snelheid de inkt te distribueren en de drukschijven in te inkten.
Deze mode kan worden gebruikt voor langzaam drogende inkten met een sterke misting en in "normale" en "grote" inktlaagdiktes (bijvoorbeeld de IGT plukoliën).
A1-3 and A2-3
Is het mogelijk de sector met een drukbreedte van 20 mm te vervangen door een sector met een drukbreedte van 32 mm?
Ja, dit is mogelijk, maar alleen voor de types met bouwjaar 1966 en later (= vanaf type N).
Testmethoden
Heliotest: Wat is de tolerantie van de Heliotest schijven van één batch?
In diepte/volume +/- 3 %. In metingen van de 20e missing dot  +/- 5 mm.
Pluktesten: Kunnen de testrestultaten van de AIC2-5/GST vergeleken worden met die van de A1-versies?
Neen, het is niet mogelijk de restultaten van de A1 met die van de AIC2-5 te vergelijken. De snelheidscurven van deze instrumenten zijn niet aan elkaar gelijk. Dit betekent dat de snelheid op een zeker punt op de strook van de A1 niet gelijk is aan de snelheid op hetzelfde punt van de strook van de AIC2-5. Hoewel de snelheidstabel van het betreffende instrument wordt gebruikt om de snelheid in het betreffende punt af te lezen, heeft dit verschil invloed op de snelheid die op een bepaald punt wordt afgelezen.
 
De snelheidscurve van de A1 is een gebogen lijn; die van de AIC2-5 is een rechte lijn (de curve geeft de snelheid vs afstand aan).
Om een correlatie/vergelijking tussen de beide instrumenten te maken, dienen enige afdrukken te worden gemaakt op beide toestellen en vervolgens het plukbegin te worden vastgesteld. Op deze wijze kan een correlatie/vergelijking gemaakt worden voor ieder type papier. In het algemeen kan gesteld worden dat de correlatie/vergelijking alleen gebruikt kan worden voor de papieren waarbij dit bepaald is.
Wegslag: Wat is de reden dat de IGT wegslaginkt 404.003.002 niet meer geleverd kan worden en wat is het alternatief?
De wegslaginkt 404.003.002 kan niet meer geleverd worden vanwege problemen in de fabricage. De inkt had een zeer oude receptuur waarvan sommige ingrediënten niet meer geleverd kunnen worden en dit betekent dat we de zelfde kwaliteit niet meer leveren kunnen. Het alternatief is de Huberinkt 404.420.068.
 
 
Inktoverdracht: Is er een verschil in inktoverdracht bij het gebruik van een drukschijf met gecoat rubber of rubber doek?
De inktoverdracht is niet gelijk omdat de materialen niet gelijk zijn. Als u dezelfde inktoverdacht wilt hebben (in g/m2) dan moet de hoeveelheid op het ininkttoestel aangebrachte inkt aangepast worden. We kunnen niets zeggen over de correlatie omdat dit afhankelijk is van het type inkt en substraat. 
Inktoverdracht: Hoe kan de inktoverdracht in g/m2 uitgevoerd worden?
Om de inktoverdracht in g/m2 te bepalen moet de ingeïnkte drukschijf voor en na het afdrukken gewogen worden op een laboratoriumbalans met een nauwkeurigheid van 0,1 mg of beter. Het verschil is de hoeveelheid inkt die overgebracht is op de bedrukte strook. De afmetingen van de afdruk moeten gemeten worden en daarna kan de inktoverdracht in g/m2 berekend worden.
Rekenvoorbeeld::
Het gewichtsverschil van de drukschijf is 10.4 mg
De breedte van de afdruk is 50 mm en de lengte is 205 mm. De oppervlakte bedraagt 50 x 205 = 10,250 mm2.
1 m2 = 1,000 x 1,000 = 1,000,000 mm2.
De inktoverdracht is: (1,000,000 : 10,250 ) x  10.4 = 1014 mg/m2 = 1.0 g/m2
Vochtpluk/vochtkets: Wat zijn de oude en nieuwe nummers van de vochtschijven?
oud nummer   ==   nieuw nummer ==    water overdracht   

breedte: 58 mm voor gebruik met AIC2-5
402.54.A.70   ==   402.054.002   ==  0.2 g/m2
402.54.B.70   ==   402.054.005   ==  0.5 g/m2
402.54.C.70   ==  402.054.010   ==  1.0 g/m2
402.54.D.70   ==   402.054.015   ==  1.5 g/m2

breedte: 38 mm voor gebruik met A2-3, AC2, AIC2
402.53.A.70   ==   402.053.002   ==  0.2 g/m2
402.53.B.70   ==   402.053.005   ==  0.5 g/m2
402.53.C.70   ==   402.053.010   ==  1.0 g/m2

breedte: 52 mm voor gebruik met GST2 en AIC2-5T2000
402.354.002   ==  0.2 g/m2
402.354.005   ==  0.5 g/m2
402.354.010   ==  1.0 g/m2

Opmerking: De wateroverdracht van 1,5 g/m2 is in veel gevallen te hoog. Om deze reden worden deze schijven niet meer geproduceerd.
IGT Testing Systems ® copyright   Disclaimer